Inleiding
Voor de overname van Dictaphone (en van Dragon) in 2000 zocht
-en vond- Lernout en Hauspie kapitaal: banken werd bereid gevonden
de nodige fondsen voor een financiering van méér
dan 500 miljoen dollar ter beschikking te stellen. Hiervoor
diende een aandelenpakket, waarvan de toenmalige beurswaarde
waarschijnlijk tenminste gelijk zou zijn aan het gevraagde bedrag,
als borg aan de banken te worden overgemaakt. Na de gebruikelijke
formaliteiten verplichtte L&H zich ertoe kapitaal en intresten
volgens de overeengekomen modaliteiten te betalen. Ook de uitstaande
schulden van Dictaphone (425 miljoen dollar) werden mee overgenomen
en gefinancierd op een termijn van zes maanden: in totaal kon
L&H voor 20 miljard frank bij een Belgisch bankenconsortium
opnemen. Deze informatie mag als bekend worden verondersteld,
en is terug te vinden in het werk "Opkomst en val van Lernout
en Hauspie" van Bruno Huygebaert, die de details van het
L&H-avontuur heeft te boek gesteld (Op. cit. p. 25). Tot
zover lijkt alles normaal, althans gebruikelijk.
Een doordachte
procedure
Banken zijn over het algemeen goed ingelicht omtrent de risico-waarde
van hoog technologische aandelen, waarvan eerder reeds was gebleken
dat verwacht mocht worden dat deze aandelen frequenter onderhevig
zijn aan hogere koersstijgingen of -dalingen. Het ligt dan ook
voor de hand om te veronderstellen dat in de overeenkomst tussen
de banken en L&H werd bedongen dat aandelen, eventueel ontvangen
als borg voor aangevraagde financieringen, na afloop van de
lening, ofwel als hun werkelijke alsdan actuele waarde zouden
worden geretourneerd, ofwel als ten hoogste de beursgenoteerde
waarde van het ogenblik waarop de lening werd aangegaan. Op
die manier dekt de bank zich uiteraard in tegen onvoorziene
waardeverminderingen tengevolge van een mogelijke daling van
de aandelen op de beurs op langere termijn. En een eventuele
meerwaarde komt volledig ten goede van de financieringsinstelling...
Een dergelijke overeenkomst zal voorzien in de mogelijkheid
de als borg ontvangen aandelen aan het publiek, de Belgische
belegger in de eerste plaats, oftewel: de eigen klanten van
de bank, verder te verkopen. Dit levert de bankinstellingen
een extra garantie op: het risico van een mogelijke koersdaling
wordt afgewenteld op de koper, en het bedrag van de lening waarvoor
aandelen in borg werden gegeven wordt feitelijk bijeengebracht
door dezelfde (kleine?) beleggers.
Een
perfect strategisch financieel plan... voor de banken
Doet een financiële instelling in dat geval iets anders
dan gewoon risicoaandelen verkopen aan particuliere klanten,
en het daardoor verkregen bedrag als 'lening' verder geven aan
L&H? Zo zou de bank meteen ook de status van 'bevoorrechte
schuldeiser' verwerven, ingeval L&H zijn verplichtingen
niet zou kunnen voldoen, en de boeken zou (let wel: zou)
neerleggen. Het moge duidelijk zijn, dat, door de aangehaalde
procedure van 'doorverkopen van risico-papieren' de banken 'in
the end' zelf geen enkele frank méér dienden te
investeren dan waarvoor ze zich d.m.v. aandelen hadden ingedekt.
Een gemakkelijke procedure om intrest te ontvangen op gelden
die dan eigenlijk afkomstig zijn van de particuliere belegger,
en waarbij die laatste meteen ook met het volledige risico daarvoor
wordt opgezadeld.
Financiële
spitstechnologie
Het 'worst case scenario' voor de belegger blijkt dan ineens
een 'best case scenario' te worden voor de banken: bij
faillissement is L&H niet alleen de ontleende kapitalen
nog verschuldigd aan de banken, maar daarbovenop ook
nog de volledige intrestbedragen. En die denkpiste wordt nu
niet doorgetrokken: de financiers zelf hebben verder
geen enkele wettelijke verplichting (meer) tegenover hun klanten-beleggers...
De rol van financiële instellingen als tussenpersonen bij
het ten gelde maken van L&H-aandelen mag daarom worden gezien
als een ethisch even ontoelaatbare procedure als de voorheen
wel meer toegepaste 'back to back loan', waarbij een particulier
of een bedrijf niet officieel (en dikwijls zwart) geld
of aandelen aan de bank in consignatie geeft, om dan een gelijk
groot bedrag officiëel weer te ontlenen, waardoor
soms ook fiscale voordelen konden worden verwezenlijkt, zonder
enig risico voor de financieringsinstellingen : zij ontlenen
in feite immers alleen maar geld dat zij onofficiëel van
dezelfde leningnemer hebben ontvangen - alleen komen in het
geval L&H die gelden de facto niet van de ontlener/borgsteller.
Deze procedure van back to back loan is ondertussen -terecht-
wettelijk verboden in België.
En de
gedupeerde belegger?
Des te meer is het tenminste verwonderlijk te noemen dat met
nog grotere bedragen afkomstig van aandelen van dikwijls hoog
geprezen new technology bedrijven mogelijk dergelijke, tot op
heden waarschijnlijk volkomen legale constructies kunnen worden
opgezet. Het is dan ook de hoogste tijd dat de wetgever aan
deze ongetwijfeld wettelijk niet voorziene vorm van financiële
spitstechnologie paal en perk stelt. Het valt wel op dat, bij
mijn weten, tot op vandaag nog geen enkele van de toch talrijke
getroffen gedupeerde beleggers de nodige stappen heeft ondernomen
of durven ondernemen, om in detail deze procedure(s) na te gaan
en zonodig kritisch door te lichten.
Inside
informatie...
Let wel: geen enkele informatie in mijn bezit duidt erop dat
deze constructie door de banken inderdaad ook werd gebruikt,
maar het vermoeden bestaat dat al reeds vanaf het moment van
de toekenning van financieringen, de in borg gegeven risicoaandelen
niet meer in het bezit waren of zouden blijven van de bank.
Alleen al het feit dat de mogelijkheid daartoe bestaat is beangstigend.
Of, om het met de woorden te zeggen van Marc Cohodes (short-seller
van het Amerikaanse fonds Rocker Partners): "...creëerden
de analisten van de banken en beurshuizen bij het publiek alleen
maar een hype rond het aandeel om er zelf beter van te worden"
(opus cit. p. 47).
Géén
schuldeiser?
Mocht een dergelijke of een daarop gelijkende transactie zich
inderdaad hebben voorgedaan, dan is het in mijn bescheiden ethische
optiek niet mogelijk dat, hoewel uit niets in de wet het tegendeel
blijkt, banken of financiële instellingen die alleen maar
gelden doorgeven een volledige eigendoms-claim zouden
kunnen verwerven voor het totale bedrag aan kapitaal plus intresten.
In feite zouden in die optiek de banken
dus helemaal geen schuldeisers (kunnen of mogen) zijn van het
spraaktechnologisch bedrijf, waardoor
de toekomstkansen van dat bedrijf natuurlijk onmiddellijk in
een ander en veel positiever daglicht zouden komen te staan.
Wie
zal het zeggen?
J.
Peeters
010904
PS:
Uiteraard behoudt de auteur zich het recht voor om onmiddellijk
zijn mening te herzien, zodra hiertoe ook maar de minste aanleiding
bestaat. Bovenstaande informatie is dan ook louter hypothetisch
tot op dit moment, en dient ten gronde door bevoegde instanties
te worden onderzocht vooraleer hieruit verdere conclusies mogen
worden getrokken. Wie méér financiëel-technische
of inside-informatie beschikt, mag me te allen tijde mailen...
deze
pagina: www.a-z.be/010904bankenLH.html